Je ziet het vast wel eens in een film of serie: een hoofdpersoon schenkt een flinke laag whisky in een zwaar, breed glas (een tumbler) en gooit het achterover. Het ziet er wellicht indrukwekkend, maar is dit ook het beste whiskyglas?
Als je écht wil proeven is een tumbler niet direct de favoriet van velen. Integendeel: glazen zoals de Glencairn en Copita worden vaker gebruikt door liefhebbers. Glaswerk is in de whiskywereld geen snobisme. De vorm van het glas is van invloed of de aroma’s je neus bereiken, of direct vervliegen. Simpel gezegd kan het glas dus een bijdrage leveren aan de totale ervaring doordat je de whisky beter/anders waarneemt.
Zelf geef ik ook de voorkeur aan een Glencairn of een Copita glas als ik whisky puur drink (of met een druppel water). De vorm van deze glazen helpt simpelweg beter om de aroma’s te accentueren en dat kan ik uit ervaring beamen. Tumblers gebruik ik eigenlijk alleen eventueel als ik whisky met ijs wil drinken of een cocktail maak.
Maar waarom is dat verschil in vorm zo groot?
In het kort: wat is het beste whiskyglas?
Het beste glas om whisky puur te drinken is tulpvormig, zoals de Glencairn of Copita. Door de brede buik kan de whisky ademen, terwijl de smalle opening de vluchtige aroma’s concentreert en direct richting de neus stuurt. Een breed glas (Tumbler) laat de geurmoleculen te snel ontsnappen, waardoor je minder waarneemt.
De tumbler: Voor ijs en cocktails
De Tumbler (of Rocks Glass) is gemaakt voor één ding: ruimte. De rechte, brede wanden maken het makkelijk om grote blokken ijs toe te voegen. Het dikke glas isoleert goed en het ligt lekker zwaar in de hand.
Voor een Bourbon on the Rocks of een Old Fashioned cocktail is dit glas perfect. Maar voor een mooie single malt zou het niet mijn voorkeur hebben. Doordat de opening zo wijd is, wordt het lastiger om de geur te concentreren. Het wordt hierdoor lastiger om aroma’s te onderscheiden en te herkennen.
De Glencairn en Copita: de wetenschap van geur
Het Glencairn glas is in 2001 speciaal ontwikkeld door de Schotse whisky-industrie om dit probleem op te lossen. Het combineert drie unieke eigenschappen:
- De brede buik: hierdoor heeft de whisky een groot oppervlaktecontact met de lucht. Dit helpt de alcohol verdampen en de esters (smaakmoleculen) te laten vrijkomen.
- De smalle hals: dit is de truc. De verdampte aroma’s kunnen niet zomaar weg, maar worden door de taps toelopende hals geconcentreerd en “gevangen”. Steek je neus in het glas en je krijgt een explosie van geur die je in een tumbler zou missen.
- De voet: bij een Glencairn (en zeker bij een traditioneel Copita proefglas op een steeltje) houd je het glas vast bij de voet. Hierdoor warmt je hand de whisky niet onbedoeld op. Een copitaglas zie je in het beeld bovenaan staan van de Lagavulin 16.
![]()
De visuele inspectie
Naast geur is er nog een reden om voor helder, tulpvormig glas te kiezen: de textuur. In een goed glas kun je de whisky “walsen” (ronddraaien). Kijk maar eens naar de “benen” of “tranen” die langs de binnenkant van het glas naar beneden lopen. Zijn ze dik en traag? Dan heb je waarschijnlijk te maken met een whisky die Non-Chill Filtered is en nog vol zit met z’n natuurlijke oliën.
Conclusie: welk glas moet ik pakken?
Welk glas je moet kiezen voor het drinken van whisky hangt nauw samen met je persoonlijke voorkeur. Daarnaast kan het nog verschillen als je whisky puur wilt drinken of dat je een mix gaat maken. Voor puur drinken adviseer ik zelf een Glencairn of Copita. Voor whisky met ijs of een mix, neig ik eerder naar een tumbler. Los daarvan: het glas is een hulp
Sinds 2016 ben ik werkzaam bij DrankDozijn als online marketeer. Dranken zijn mijn passie met whisky als absolute nummer één.
Ik voorzie je van informatie, nieuws en wetenswaardigheden via ons blog op gebied van al je favoriete dranken. Proost!